34e Batavierenrace, van Nijmegen naar Enschede

34e Batavierenrace

Door Frank van Ravensberg
Meedoen aan de Batavierenrace (ook wel de Bata genoemd) is terechtkomen in een voor een atleet wat merkwaardige wereld van studenten, bier, feesten, melige grappenmakerij en jeugdig enthousiasme, met andere woorden: aanstekelijk. Min of meer toevallig was ik twee weken vóór de wedstrijd benaderd door mede-student Joris Colijn om zijn Tilburgse team ‘De lopende projecten’ te komen versterken. Toevallig, omdat we die dag samen aan een debattoernooi in Utrecht deelnamen en we na het toernooi over onze gezamenlijke hobby, sport in het algemeen en hardlopen in het bijzonder, kwamen te praten.

En zo ging ik vrijdagmiddag vol bepakking naar Enschede om aan de grootste estafetteloop ter wereld (185,1 km) mee te doen. Om de bagage te beperken had ik dikke kleding en een jas thuisgelaten, want Erwin Krol had immers het eerste echt mooie weekend van het jaar voorspeld. Na het weekend zou Marion de Hond trouwens namens het KNMI uitleggen hoe het nou kwam dat ze mooi weer hadden verwacht, terwijl we het niet hadden gekregen. Na bij het Arke Stadion van FC Twente ongeveer een half uur te hebben gewacht op de anderen die vertraagd waren liepen we gezamenlijk naar de campus van de Universiteit Twente (UT), waar we al snel een mooi plekje vonden om de tenten op te zetten. Twee van de meer ervaren lopers uit onze ploeg (Jeroen en Bas) die even snel nog een ‘2-persoons tent’ van de Aldi hadden gescoord kwamen bedrogen uit. De tent was net geschikt voor één niet al te groot kind en had ook nog eens geen buitentent. Erg stabiel stond hij tot hilariteit van de anderen ook niet erg. Enfin, de sfeer zat er meteen goed in.

(c) Stichting Batavierenrace utnieuws

(c) Stichting Batavierenrace utnieuws

Toen de tenten waren opgezet liepen we naar het sportcafé, waar opvallend genoeg alleen maar patat, kroketten en frikadellen te krijgen waren, echt voer voor sporters dus. Een alternatieve avondmaaltijd was op de campus niet te bekomen, want de mensa was gesloten. In het café was het al snel gezellig druk met deelnemers die net als wij voorlopig nog niet hoefden te starten. Allengs verschoof de aandacht zich van de tussenstanden van de nacompetitie (met krakers als TOP Oss-NAC en FC Zwolle-Willem II) naar een groot scherm in de zaal waarop rond middernacht de start in Nijmegen te zien zou zijn. Onze eerste loopster Marleen zouden we niet te zien krijgen, die zat pas in de 5e van de 6 startgroepen, waarin de 330 ploegen waren ingedeeld. Er ontstond een soort elfstedentocht-sfeertje toen het bijna zover was en iedereen in de zaal begon luid af te tellen. De deelneemsters zelf dachten er anders over en vertrokken te gretig (en dus te vroeg). Nadat iedereen weer in het gelid stond werd er opnieuw afgeteld en mocht de eerste groep van 55 loopsters alsnog weg. Na een ronde over de sintelbaan verdwenen ze uit beeld, de donkere nacht in op weg naar…..ja, misschien wel naar het ongewisse.
We zagen nog een vaag filmpje over een als Batavier verklede malloot die door de bush-bush rende onderwijl onduidelijke klanten uitstotend. Hij moest de Batavierenrace in de oudheid uitbeelden. Aanvankelijk werd het filmpje nog als ‘vet chill’ gewaardeerd, maar toen het wat lang bleek te duren begonnen de meesten te gapen. Tijd om de tenten op te zoeken. Wel een vreemd idee te beseffen dat je ploeg al onderweg is/gaat, terwijl jij eerst nog rustig gaat maffen….

’s Nachts kledderde de regen op onze tenten neer en werd het koud. De jongens in de Aldi-tent zwemden al voordat ze zich op hun opblaasbedden hadden gelegd, ‘knus’ tegen elkaar aan. Door de kou sliep ik slecht. Van slapen kwam sowieso al weinig, want halverwege de nacht werden de mensen die ’s ochtends moesten lopen al gewekt en bovendien vond er gedurende de hele nacht intensief telefoonverkeer plaats in de tent naast mij. Joris sliep zo mogelijk nog slechter, want hij was het die die nacht continu gebeld werd op zijn mobiel. Na de zo rimpelloos verlopen start was het namelijk al snel fout gegaan. Iemand die niets met de Bata te maken had was net na middernacht voor de trein gesprongen, op een plek waar het parcours langs voerde. Een complete blokkade van de route door de politie leidde vervolgens tot het stilleggen van de race. De eerste groep van de 2e etappe was echter al door en de tweede groep was onderweg. Daarnaast waren er enkele groepen nog niet eens gestart voor de 1e etappe. Later werd de blokkade door de politie opgeheven en werd besloten de eerste 2 etappes te neutraliseren en niet mee te tellen. Om kwart voor twee werd er opnieuw gestart. Gevolg was wel dat onze Marleen niet meer hoefde te lopen.

’s Ochtends werd ik niet al te fit en rillend van de kou wakker. Ik zou zaterdag ook niet meer warm worden. Nu was het zaak snel wat te eten, een paar rondjes los te lopen en vervolgens de door de organisatie beschikbare bus in te duiken. We werden afgezet in Barchem, waar ’s middags de tweede van drie geplande herstarts was (op het 17e wisselpunt). Herstarts zijn bij zo’n mega-evenement nodig om de ploegen niet al te ver uit elkaar te laten lopen en om de vele vrijwilligers niet al te lang op hun post te laten staan. Het was een gezellige boel in Barchem, compleet met een soort dweilorkest erbij.

Omdat er niet alleen nog 8 van de 25 etappes te lopen waren, maar er ook steeds 2 mensen naast de deelnemer meefietsten moest er een heel ingewikkeld logistiek schema in elkaar gezet worden. Met een gehuurd busje reden we weg toen de herstart naderde. Ons eerste doel was het 19e wisselpunt in het dorpje Gelselaar. Daar wachtten Renée (die na mij in actie kwam) en ik op onze ploeggenoten op de tandem. De tandem was een nogal opvallend zwaar piepend gevaarte: voorzien van claxon en een greep met een ander laag opzwepend geluid, in allerlei knallende kleuren gespoten (met de naam van ons team goed zichtbaar op het frame) en met opvallend kleine wielen. Het zag eruit als Peppi en Kokki in een comedy-capers aflevering. Renée en ik fietsten mee met onze beste loper Jeroen. Deze ervaren marathonloper zette een perfecte 11,4 km neer waarbij hij zeker 30 mensen inhaalde. Na de fiets weer ingeleverd te hebben was het lang wachten op het busje dat in een enorme opstopping terecht was gekomen. Wat wil je als 330 ploegen met volgbusjes zich binnen korte tijd naar zo’n wisselpunt begeven. De Bata is dan ook niet alleen een kwestie van goede lopers hebben. De logistiek van een team moet ook slim in elkaar zitten. Een hoog geeindigd team uit Tilburg (26e) verloor op het 22e traject 20 minuten doordat iemand niet op tijd klaarstond op het wisselpunt. Andere ploegen liepen tegen tijdstraffen aan doordat gefrustreerde lopers die eigenlijk al gefinished waren het volgende traject er maar bij pakten, omdat er niemand stond om het over te nemen. In een ander geval had een gefinishte loper zijn hesje (met daarop het startnummer van de ploeg en met daarin de elektronica voor de tijdregistratie) al aan de volgende overgegeven, maar zag hij dat die na 50 meter kramp kreeg. Hij griste het hesje weer uit handen van de ongelukkige en vervolgde weer zijn weg.

Bij onze ploeg ging het een aantal keren niet helemaal optimaal, maar veel tijd ging er bij de wissels niet verloren. Zelf moest ik het 22e traject van 8,9 kilometer lopen. Dit liep van het 21e wisselpunt in Sint Isidorushoeve (bij Haaksbergen) tot het 22e wisselpunt bij de Grolsch fabriek (voorbij Boekelo). Door de opstopping bij het vorige wisselpunt waren we al laat. Vervolgens kwamen we weer in een file terecht, al honderden meters vóór de plaats waar ik moest klaarstaan. Vrijwel meteen besloot ik uit het busje te jumpen. Half snelwandelend en half hardlopend bewoog ik me zigzaggend om de geparkeerde busjes heen, dwars door de berm en langs de stapvoets rijdende busjes. Half hallicunerend van de uitlaatgassen naderde ik het wisselpunt toen ik ineens mijn naam hoorde roepen. Gert-Jan van wie ik het hesje over moest nemen was het wisselpunt (een electronisch poortje) al voorbij. In een flits zag ik waar hij liep, als de wiedeweerga snelde ik naar hem toe, rukte het hesje uit zijn handen en zette me in beweging. Een ploeggenoot op de fiets riep naar me dat ik mijn trainingsjack uit moest doen, omdat het veel te warm was (de dikke bewolking was net een kwartiertje voor de zon weggeschoven). Half rennend trok ik het jack uit en in alle consternatie vergat ik welke kant ik op moest. Gelukkig zag ik in mijn ooghoek rechts in de verte een aantal lopers en toen ging ik daar maar achteraan. Dat bleek een goede keuze.

De ploegtandem

De ploegtandem

Nadat ik het hesje had aangetrokken probeerde ik rustig in m’n tempo te komen. Het is eigenlijk een vreemd idee tegen 329 tegenstanders te lopen terwijl ik er tijdens mijn eigen race maar 11 tegenkwam (6 ging ik er voorbij en 5 kwamen mij voorbij). Tegen de wind in, maar met hulp van Bas en Jeroen die na 3 km naast me kwamen fietsen ging het de eerste 7 km redelijk. Bas en Jeroen claxonneerden en toeterden luidruchtig en maakten veel grappen en grollen. Zo riepen ze als ik iemand passeerde dat diegene vorig jaar nog de Grand Prix van Monaco had gewonnen. Toch hielp me dat ook door de laatste twee zware kilometers heen. Met een tijd van 44.15 (net boven de 12 km per uur) en een 171e plaats kon ik uiteraard niet heel erg trots zijn, maar meer zat er met een voorbereiding van slechts twee weken gewoon niet in. De wissel met Renée verliep perfect. Daarna haastten we ons naar de Oude Markt in het centrum van Enschede, waar de laatste (massale) herstart zou plaatsvinden.

Gert-Jan (nu in korte sportbroek en colbert en met een biertje in zijn handen) bestuurde de tandem tijdens het 24e traject en ik sprong achterop. Doordat de 330 vrouwen zo dicht op elkaar liepen en de route vooral over nauwe en veelal onverharde paden liep kwamen we pas halverwege naast Ingrid (die voor ons team naar de sintelbaan op de campus liep) te fietsen. Daarna konden we haar echter redelijk bijstaan, het tempo aangeven en vooral goed aanmoedigen. De laatste kilometer was geweldig, omdat we door een haag van mensen kwamen die allemaal aan het schreeuwen en het joelen waren (ook naar ons als komisch duo op de fiets). Zelfs was er langs de route een openlucht-disco opgesteld (tegenover onze camping). Toen we 400 m voor de finish werden afgeleid gaven we nog een schreeuw en vervolgens posteerden we ons 100 m verder om even later onze laatste loper en pinch-hitter Joris (die dezelfde route als Ingrid liep) in mooie stijl voorbij te zien vliegen. Voor de rest passeerde een allegaartje van topsporters (de snelste loper, van de Universiteit van Tilburg, legde de 8,2 km af in 24.23, ondanks een val), krukken en knotsgek verklede deelnemers die voor de prijs van de origineelste finishloper gingen. In deze laatste etappe kwam alles samen wat deze loop zo uniek maakt: teamgeest, kwaliteit van de toppers (hoog), de inzet van ook de minder getrainde deelnemers (tot kotsen toe), gekkigheid, mensen die zichzelf toch iets overschat hebben en de uitgelaten en gezellige ambiance (zoals feestende en al aangeschoten studenten op fauteuils langs de route).
Inmiddels was het op de camping overvol geworden door de komst van alle deelnemers die ’s nachts en ’s morgens hadden gelopen. Snel werd er nog even een douche genomen, werden de eerste uitslagen bekeken en werden er afhaalmaaltijden (pasta) genuttigd. Daarna was het tijd voor het feest met liefst 13.000 feestgangers op de campus. Twee grote tenten waren opgetrokken, buiten op het terrein waren er twee openlucht-disco’s en ook waren er nog verschillende feesten in de diverse gebouwen op het complex. Vooral bij die laatste feesten was het al snel stampvol. Men had in totaal 15.000 liter bier ingeslagen. Of het voldoende is geweest weet ik niet, want ik heb niet zo heel lang meegefeest. Anderen gingen echter tot half vier door. Die kregen om kwart over zeven wel even een knal voor hun kanis, want toen begon al weer een soort wek-disco tegenover de camping met allerlei foute nummers (lees: Jantje Smit, Dingetje en dat soort zaken).

Inmiddels kon de uitslag van de Bata worden opgehaald. Daaruit bleek dat bij de universiteitenteams de Wageningen Universiteit met luttele 24 seconden verschil had gewonnen van de Rijksuniversiteit Groningen. Bij de overige teams won een atletenteam uit Breda dat zichzelf Appeltaart noemt. Zij doen ook mee aan atletiekcompetitiewedstrijden. Ons team behaalde ruimschoots de vooraf gestelde doelstelling (bij de eerste 200 komen). We eindigden op een nette 65e plaats in 13.52.23 over de 174,5 km (dat was de totale afstand die meetelde voor het klassement). Niet slecht voor een team dat min of meer toevallig is samengesteld. Van de Tilburgse teams werden we 3e. Minstens even belangrijk als het resultaat was de geweldige sfeer in ons team waardoor dit een voor mij en alle andere teamleden een onvergetelijk weekend is geweest. Of, in de woorden van mijn teamgenoten: het was enorm gaaf, erg gezellig, top!, fantastisch, super! En nu….chillen (en opladen voor volgend jaar).

Geplaatst op
9 mei 2006
Auteur
gerard van kesteren
Categorieën
Volgend bericht
Vorig bericht

Annuleren